Dirk Segers: “Al 10 jaar strijd tegen corruptie in transportsector, geen vooruitgang”

Dirk Segers: “Al 10 jaar strijd tegen corruptie in transportsector, geen vooruitgang”

Dirk Segers is al bijna zijn hele leven vrachtwagenchauffeur. Door wat hij beschrijft als “wantoestanden” werd hij politiek actief om die corruptie en problemen te bestrijden en zo zijn collega’s te helpen. Omdat de overheid opnieuw de horeca sluit, nam hij contact op met SCEPTR om zijn verhaal te doen.

“Mijn verhaal begint eigenlijk al in 2011,” begint Dirk Segers zijn verhaal. “Ik heb in dat jaar met een woordvoerder van Hilde Crevits aan tafel gezeten. Ik had namelijk gehoopt een gesprek aan te gaan over de oneerlijke praktijken die in de transportsector gebeuren. De Oost-Europese chauffeurs kunnen namelijk zonder problemen onze markt volledig kapotrijden. Ze kunnen onze prijzen dumpen en dergelijke, maar de lasten van ons land dragen ze uiteraard niet. Dat is een groot probleem. Ik ben zelf 10 jaar zelfstandig geweest, maar door de aanhoudende goedkopere concurrentie heb ik de handdoek in de ring gegooid.”

“Vakbonden en federaties laten ons in de steek”

Dirk Segers heeft daarnaast ook het gevoel dat de beroepschauffeurs enorm in de steek gelaten worden. “De vakbonden en federaties laten ons gewoon links liggen,” zegt hij. “Ze beweren altijd dat ze opkomen voor onze rechten, maar ze komen helemaal niet op voor ons. Het enige dat ze precies interesseert is lidgeld innen. In 2011 heb ik dat bij die woordvoerder van Crevits allemaal op tafel gelegd. Zo wist ik ze bijvoorbeeld te zeggen dat de ondervoorzitter van Febetra een bedrijf had in Slowakije, SK Service genaamd. Ik had dat ook gemeld bij de BTB, de Belgische Transportbond. Dat wisten ze dus al van 2011! Maar ze hebben dat pas in 2017 openbaar gemaakt. Ik heb geen idee waarom het zo lang geduurd heeft. Maar de stilte heeft jaren geduurd.”

De situatie van die ondervoorzitter was ook niet iets zonder consequenties. “Hij is nu wel officieel, op papier, afgetreden. Alles wat hij had bij SK Service is verkocht. Maar dat is wel degene die de transportbedrijven heeft verplaatst naar Oost-Europa om goedkopere werkkracht te gebruiken omdat de sociale lasten op arbeid in België veel te hoog zijn. Wij betalen 47% belastingen. Onze overuren worden zelfs belast tot 50%. Zo zie je al duidelijk waar onze sector mee te kampen heeft. Hoge belastingen enerzijds en de, in principe oneerlijke, concurrentie uit Oost-Europa anderzijds.”

“Pas 6 jaar later verontwaardiging”

“In 2011 was Hilde Crevits de minister van Mobiliteit. Ik heb dus al die info aan haar doorgespeeld. Het antwoord was dat dit de bevoegdheid was voor de minister van Werk (Toen was dat Philippe Muyters van N-VA) . Hij heeft nooit geantwoord. Ik heb daarom zelf geprobeerd om de situatie publiek te maken,” vertelt Dirk Segers verder. Daarnaast uit hij enkele beschuldigingen aan het adres van Kris Peeters. “Kris Peeters konden we linken aan Belgium Connections. Dat is een Belgische website om uit te vlaggen naar Roemenië. Hij ontkende dit wel. Plots was de website verdwenen samen met al het bewijs.”

Segers was naar eigen zeggen de situatie moe en wilde het zelf oplossen. “In 2012 had ik een afspraak met een journalist van De Morgen. We wilden met verborgen camera bewijs verzamelen over SK Service. De dag dat dit dan gepland was contacteerde hij me dan ’s ochtends om te zeggen dat hij toch niet kan. Hij zei toen gewoon dat als hij meewerkt zijn carrière in principe wel eens gedaan zou kunnen zijn. Dan vraag ik me wel af wie daarachter zit. Hij heeft me uiteindelijk opgebiecht dat de FNV in Nederland daarachter zou zitten. Die werken samen met de ABVV in België. En dan zijn dat diezelfde die pas in 2017 zo verontwaardigd reageren. Ze wisten het dus al 6 jaar hé, zeker…”

Segers beweert dat hij het aan verschillende politici gemeld heeft. “Ik heb het zelfs aan Saïd El Khadraoui gemeld, Europees parlementslid en verantwoordelijk voor transport. Ik heb dat doorgestuurd naar Philippe De Backer, die was toen voor Open Vld Eurocommisaris voor transport in het Europees Parlement. Die reageerde toen dat het allemaal niet zo erg was. John Crombez, toen staatssecretaris voor Fraudebestrijding, was ook op de hoogte. Die zou zogezegd reageren en alles aanpakken, maar daar is uiteindelijk niets van gekomen.”

Ook tijdens de coronacrisis is Dirk Segers actief

“Nu spoel ik even enkele jaren door, namelijk naar het begin van de coronacrisis. Ik had een waslijst opgesteld en voorgelegd aan Johan Deckmyn (VB). Die is openbaar gemaakt in het Vlaams Parlement. Die waslijst ging eigenlijk over de lockdown en getroffen maatregelen. Het schandalige daaraan was eigenlijk simpel: onze eigen chauffeurs werden in de werkloosheid geduwd terwijl de Oost-Europese chauffeurs wel onze supermarkten konden bevoorraden. Onze chauffeurs moesten leven met slechts 70% van hun inkomen, terwijl die Oost-Europese chauffeurs toch gewoon konden blijven werken. Dat was vooral via Jost Group, een bedrijf met een zeer slechte reputatie.”

“Het verhaal wordt hier pas erg frustrerend. Hilde Crevits is nu namelijk minister van onder andere Werk. In 2011 zei ze dat deze problematiek de bevoegdheid was van de minister van Werk. En wat zegt ze nu? Het is de bevoegdheid van de minister van Mobiliteit, de functie die ze in 2011 had! En wat zegt de minister van Mobiliteit? Het is ook haar bevoegdheid niet, het is een Europees gegeven. Iedereen schuift dus of de verantwoordelijkheid door, of beweert dat het niet zo erg is. We zitten dus vast in een cirkel.”

Maatregelen treffen beroepschauffeurs zwaar

Daarnaast haalt hij ook de sanitaire problemen aan die de lockdown met zich meebrengt. “Onze chauffeurs mochten door de lockdown nergens bij de klanten binnen, zelfs niet voor een sanitaire stop. Enerzijds waren plots de rusttijden niet meer belangrijk, anderzijds waren we ook niet zo onderworpen aan de coronamaatregelen want we mochten bijvoorbeeld wel naar het buitenland en stonden op die manier eigenlijk ook aan het coronafront. Maar dat we dan ook geen sanitaire stops meer kunnen maken en te veel moeten rijden wegens een personeelstekort, was blijkbaar niet belangrijk genoeg.”

“En nu gaan ze opnieuw de restaurants sluiten. We kunnen dus nergens eten, nergens sanitaire stops maken. Na uren rijden moeten we in de cabine een potje warmen om toch iets van eten te hebben, maar een verse maaltijd zit er dus niet meer in. Douchen? Als alles dicht is? Als we een week op weg zitten en een week niet kunnen douchen, dan is er toch duidelijk een zwaar probleem. Wie kan nu een week zonder te douchen? Samengevat kunnen we zogezegd niet ziek worden, moeten we niet eten, niet plassen, niet douchen. Waar zit eigenlijk de logica? Zeker voor vrouwelijke collega’s is dat sanitaire een ramp.”

“Vlaanderen kan actie ondernemen”

“Eén van de grote problemen is trouwens ook dat ons beroep niet erkend is. Dat is mede door de vakbonden. Had ons beroep erkend geweest, dan zou elke Oost-Europese chauffeur die hier komt rijden onze kwalificaties nodig gehad hebben. Die situatie wil men uiteraard niet. Daarom zijn we geen erkend beroep, gewoon een knelpuntberoep. Voor knelpuntberoepen zijn de Belgische kwalificaties niet noodzakelijk. Als je in het buitenland kwalificaties behaald hebt, is dat al voldoende, al zijn die lager. Er is maar één Europees land waar ons beroep erkend is en dat is Denemarken. Daarom maakt men daar zulke grote jacht op Oost-Europese chauffeurs. Daarnaast zou men in België eens moeten bijhouden hoeveel procent van alle ongelukken met vrachtwagens eigenlijk ongelukken zijn met buitenlandse chauffeurs. De cijfers zouden denk ik wel spectaculair hoog moeten zijn, maar wij krijgen daar wel altijd de schuld van.”

Maar volgens Dirk Segers is er nog hoop. “De problemen zijn in principe op te lossen als de overheid dat wil. Onze eigen markt kunnen we zelfs op Vlaams niveau beschermen, het hoeft zelfs niet op federaal niveau. Er is namelijk een Europese richtlijn die te vinden is in de vordering (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de raad van 21 oktober 2009.” In die vordering, in hoofdstuk III over cabotage, artikel 10, staat dat een geografisch gebied “in geval van verstoring van de nationale vervoersmarkt veroorzaakt door cabotageactiviteit” de kwestie mag aanhalen bij de Commissie.

Een geografisch gebied wordt gedefinieerd als “een zone die een deel of het geheel van het grondgebied van een lidstaat omvat of zich uitstrekt tot een deel of het geheel van het grondgebied van andere lidstaten”. Vlaanderen mag dus als geografisch gebied gegevens indienen bij de Commissie om vrijwaringsmaatregelen te treffen. “We kunnen dus onze eigen sector beschermen tegen de Oost-Europese bedrijven.”

“Vlaanderen kan een voorbeeld worden”

Vlaanderen zou volgens Segers een voorbeeld kunnen worden. “45 uur verplichte weekendrust is verboden in de cabine. De Oost-Europese chauffeurs hielden zich daar niet aan en België was het eerste land dat dit begon te bestraffen. Duitsland volgde toen. Wij waren dus eigenlijk het voorbeeld hiervoor en opnieuw zouden we dat kunnen doen door een beroep te doen op dit artikel en zo onze eigen markt te beschermen.”

Reportage

Dirk Segers wilde ook nog deze reportage delen. “De reportage bewijst dat de problematiek al lang bezig is,” aldus Segers. (Bron reportage: Vimeo)

bezootje

Related Posts

Translate »