Als spreken niet vanzelfsprekend is: 7 vragen over stotteren beantwoord – Gezond.be

Wat Joe Biden, Bart Peeters, Ed Sheeran en Julia Roberts met elkaar gemeen hebben? Ze stotteren. En ze zijn niet alleen, want wereldwijd zijn er zo’n 60 miljoen stotteraars. In België zijn dat er ongeveer 100.000. Logopediste Noémie Berger beantwoordt zeven vragen over het spraakprobleem.

Wat is stotteren precies?

‘Heel simpel gezegd is stotteren een timingprobleem’, begint Noémie Berger, die ondertussen al drie jaar jonge stotteraars begeleidt. ‘Je kan onze hersenen vergelijken met een grote fabriek met verschillende kamertjes. In het kamertje van onze taal leggen werkmannen letters en klanken op een band. Die komen er dan via onze mond uit. Bij stotteraars gaat die band te snel, en kunnen de werkmannen niet volgen. De baas van de kamer drukt op de stop- of resetknop, alleen is een deel van het woord al vertrokken. Daarom zitten stotteraars precies ‘vast’ in hun woorden. De baas en werkmannen in hun hoofd zijn eigenlijk heel slim, want ze gaan zelf op zoek naar een oplossing. Alleen is die oplossing niet altijd de juiste.’

‘Als we een stotteraar onder een scanner zouden leggen, zouden we anatomische verschillen zien met iemand die niet stottert. Bij ‘gewone’ mensen is de linkse hersenhelft dominant. Veel stotteraars hebben geen dominante hersenhelft. Daardoor krijgen ze signalen van beide hersenhelften en weten ze niet naar welke te luisteren. De hersenen zoeken vervolgens zelf naar een oplossing, maar doen dat fout. Tijdens het zingen hebben stotteraars weinig problemen. Dat komt omdat beide hersenhelften dan samenwerken en er dus geen dominantie van één helft nodig is. ’

Hoe komt het dat iemand stottert?

‘Erfelijkheid is een hele belangrijke factor. Ik heb in mijn praktijk vaak broers en zussen in behandeling. Of kinderen waarvan een van de ouders of grootouders stottert. Het is ook wetenschappelijk bewezen dat stotteren meer voorkomt bij jongens dan bij meisjes. Maar het is niet uitsluitend erfelijk bepaald en de oorzaken zijn ook voor ons nog altijd niet helemaal duidelijk. Wel weten we dat stotteren aangeboren is en op eender welke leeftijd getriggerd kan worden. Bij jongere kinderen komt het vaak tot uiting tijdens hun taalspurt of als ze naar de kleuterklas gaan. Ook na een operatie of echtscheiding kan een kind plots stotteren, aangezien dat heel emotioneel geladen situaties zijn.’

Verdwijnt stotteren ooit helemaal?

‘Het allereerste wat ik aan ouders meegeef, is dat stotteren van blijvende aard is. We kunnen stotteraars heel wat tools geven, maar het probleem zal nooit helemaal verdwijnen. Het is wel zo dat je het onder controle kan krijgen. Ik heb bijvoorbeeld een vriend die als kind heel erg stotterde. Nu hoor je daar niets meer van. Hij begon al heel jong met zijn behandeling en heeft het stotteren helemaal onder controle. Ook veel bekende mensen stotteren zonder dat wij het doorhebben.’

‘Stotteren heeft daarnaast ook een fluctuerend karakter. Dat wil zeggen dat het niet op zichzelf staat en afhankelijk is van bepaalde factoren, zoals emoties, enthousiasme en temperament. Je kan het vergelijken met een grote ijsberg; we zien enkel het topje, maar onder water zitten er nog heel veel factoren die we niet zien. Emoties bijvoorbeeld zijn hele sterke uitlokkers en vaak ervaren stotteraars ze ook extremer. Het is natuurlijk niet de bedoeling om te generaliseren, maar dikwijls hoor ik ouders zeggen: ‘Als mijn kind boos is, dan is hij of zij ook écht boos’.’

Wat zorgt er dan voor dat stotteraars net meer of minder stotteren?

‘Vooral enthousiasme is een belangrijke trigger, meer nog dan stress. Als we enthousiast zijn, zijn we blij en willen we ook veel vertellen, dat is bij stotteraars ook zo. Maar daardoor gaat het praten minder vlot. Het is een emotie die je moeilijk kan controleren én die spontaan opkomt. Ouders hebben de neiging om hun kinderen lang op voorhand enthousiast te maken over iets: ‘Volgende week mag je bij dat vriendje gaan spelen’ of ‘In het weekend mag je naar een verjaardagsfeestje’. Daar is op zich niets mis mee, maar voor stotteraars is enthousiasme een hele grote uitlokker. Als tip geef ik daarom altijd mee om zo lang mogelijk te wachten om iets spannends aan te kondigen. Wist je dat december een heel lastige periode is voor kinderen die stotteren? Sinterklaas komt, het zijn feestdagen … allemaal dingen die ze lang op voorhand weten. En door de spanning en hun enthousiasme, stotteren ze in deze periode ook vaker.’

Waar kun je op letten als je iemand kent die stottert?

‘Stotteraars komen voor ons gestrest over. Daarom zeggen mensen vaak: ‘Word maar rustig, doe maar op je gemak.’ Maar eigenlijk zijn stotteraars kalm en krijgen ze net daardoor stress. Geef stotteraars daarom altijd voldoende tijd om uit te praten. Vul hun zinnen of woorden niet aan en onderbreek hen ook niet.’

‘Bij jongere kinderen is het ook belangrijk om te herhalen wat ze zeggen. Vaak denken ze dat we hen niet verstaan. Door na hun verhaal te zeggen: ‘Ah, je bent naar de zoo geweest en je hebt daar veel diertjes gezien’, merken ze dat je hen wél verstaat en krijgen ze terug meer zelfvertrouwen om te spreken. Let ook op je mimiek als je met een stotteraar praat. We hebben nogal snel medelijden met iemand die in zijn woorden blijft hangen en dat zie je in een gezichtsuitdrukking. Dat is natuurlijk niet leuk voor de persoon die stottert.’

Hoe kan een logopedist helpen?

‘Ik help stotteraars om terug op een ‘normale’ manier te praten, zonder secundaire bijbewegingen. Dat is alles wat je doet om niet te stotteren. Een veel voorkomende secundaire bijbeweging is zeggen: ‘Ik weet het niet’. Dat is een korte en simpele zin die stotteraars gebruiken om niet te moeten praten. Ook lang pauzeren tussen woorden, in de handen klappen, bepaalde woorden ontwijken, ‘euhm’ zeggen of heel traag praten zijn enkele voorbeelden. Stotteraars leren zichzelf die bijbewegingen aan. Ze zijn dus heel persoonlijk. Ik heb al kindjes gehad die wel acht van die trucjes hebben om niet te stotteren. Het is mijn job om ze terug af te leren.’

‘Het belangrijk om zo snel mogelijk met een behandeling te starten. Hoe jonger de kinderen zijn, hoe minder secundaire bijbewegingen ze zichzelf al hebben aangeleerd. Toch schrik ik er vaak van hoe intelligent kleuters zijn en hoe bewust ze het stotteren ervaren. Als ik hen naar bepaalde woorden vraag dan antwoorden ze: ‘Dat lukt mij niet’ of ‘Mijn mondje is kapot’.’

Moet elke stotteraar in behandeling komen?

‘Nee. Ik laat niet alle kinderen in behandeling komen. Eerst kijk ik hoelang een kind al stottert. Ouders contacteren mij soms al na één of twee weken. Dan geef ik hen tips om er thuis aan te werken en volg ik het kind verder op. Soms verdwijnt het dan nog vanzelf. Bepaalde herhalingen van woorden zijn ook normaal en we spreken daarom nog niet altijd van stotteren.’

‘Daarnaast let ik er ook op in welke frequentie het stotteren voorkomt. Als het kind echt op bijna elk woord blijft hangen of als het kind het stotteren probeert te vermijden door niet te praten, heeft het hulp nodig. Bij deze kinderen gebruik ik een speciaal programma waarbij ze zichzelf een spreektechniek aanleren en zich bewuster worden van het probleem. Maar geen enkel kind is hetzelfde en ook stotteren is uniek, waardoor dus ook de oplossingen heel uiteenlopend zijn.’

Meer weten over stotteren? In de laatste aflevering van de podcast Onbespreekbaar heeft Charlotte Roggeman het uitgebreid over haar leven als stotteraar. Je kan Charlotte volgen op Instagram. Heb je nog vragen over stotteren? Dan kun je terecht op de website van de Belgische Stottervereniging.

bezootje

Related Posts

Translate »