SOS relatie: “Het valt me op hoe weinig wij eigenlijk delen, hoe sterk wij naast elkaar leven” – Libelle

SOS relatie: “Het valt me op hoe weinig wij eigenlijk delen, hoe sterk wij naast elkaar leven” – Libelle

Karla: “Trouwen en met Fernand een leven opbouwen, voelde voor mij heel natuurlijk aan. We leerden elkaar kennen in de jeugdbeweging, trekken dus al sinds onze kindertijd met elkaar op. Ik heb in Fernand altijd een degelijke, zorgzame en betrouwbare man gezien, en voor mij is dat het allerbelangrijkste. Ik kom niet uit een warm nest, mijn vader was een vrouwenloper, mijn moeder was altijd ongelukkig, dat wilde ik niet. Ik ben niet gegaan voor de verliefdheid, maar voor de bewuste keuze.

Trouwen betekende voor mij vooral ook een gezin starten. Een leven zonder kinderen kon ik me niet voorstellen. Ik was dan ook blij dat ik telkens zo snel zwanger was. Ik ben oprecht gelukkig met mijn vier kinderen. Fernand heeft tot nu toe heel veel gewerkt, zodat ik deeltijds kon werken en me zelfs een periode volledig aan de kinderen kon wijden. Eigenlijk heb ik hen vooral alleen opgevoed, Fernand was er meestal niet.

De afgelopen 15 jaar hebben we tijdens de zomerperiode vaak geplaatste kinderen opgevangen. Ik heb van ons huis altijd ‘de zoete inval’ gemaakt. Er kwamen bij ons dagelijks kinderen spelen, iedereen was altijd welkom. Nog altijd brengen de kinderen hun vrienden mee en dat is heel fijn, maar niet meer zoals voorheen. Ik mis dat enorm, voel me nog jong, zou zo graag nog echt zorg dragen voor iemand die het nodig heeft. Zo is het verlangen naar een adoptiekind gegroeid. Fernand vindt ons te oud, maar heeft gezegd dat als ik het wil, hij er zich bij neerlegt. Maar ik wil dat we allebei achter die keuze staan, anders komen we nooit door de selectie. Ik wil met de adoptie ons leven ook bewust een andere wending geven. Ik mag er niet aan denken dat wij vanaf volgend jaar ‘overschieten’, als de jongste op kot gaat.

Ik begrijp Fernands standpunt natuurlijk wel, er is de leeftijd, de onzekerheid ook hoe dat zal lopen met een kind uit een andere cultuur dat altijd met een rugzakje komt. Toch heb ik er veel vertrouwen in dat ik dat aankan. Ik verwacht van Fernand ook niet dat hij plots de heel aanwezige huisvader wordt. Hij is dat nooit geweest. We hebben ons altijd goed gevoeld bij dat rollenpatroon. Ook onze kinderen staan achter dit verhaal. De oudste zei onlangs dat een kind niet beter kan landen dan bij ons, wat me ontroerde. Ik ben wel bang voor de aanmeldingsprocedure. Ik hoorde al dat die behoorlijk streng is, en je ook als koppel uitgebreid ondervraagd wordt. Wij zijn een tandem die werkt, maar op een klassieke manier en misschien niet volgens het recept dat vandaag als ideaal wordt beschouwd. Ik denk dat we daaraan dus wel een beetje moeten werken.”

Wat zegt Fernand?

“We hebben al vier kinderen opgevoed, misschien is het nu tijd om als koppel dingen te gaan doen”

Fernand: “Ik ken Karla eigenlijk al mijn hele leven en onze omgeving is er altijd vanuit gegaan dat wij samen verder zouden gaan. Zíj heeft mij ten huwelijk gevraagd en ik had het gevoel dat ‘nee’ zeggen geen optie was. Zo ging het ook met mijn werk. Mijn vader had een boekhoudkantoor, ik ging boekhouden studeren en toen hij stierf – ik was toen nog maar 29 – leek het evident dat ik zijn zaak zou verderzetten. Op mijn dertigste had ik een vrouw en een zaak waarvoor ik niet echt gekozen had en ook nog eens vier kinderen. Ik ben echter opgevoed met het principe dat je verantwoordelijkheid nemen het allerbelangrijkste is in het leven en dat heb ik tot op vandaag gedaan.

Ik kom goed overeen met Karla, wij zijn zorgzame ouders, doen verder elk ons ding, vullen elkaar aan. Ik zie ons als de steunpilaren van ons gezin, maar als koppel vind ik ons minder geslaagd. Karla ziet dat zo niet, maar dat heeft met haar behoeftes te maken. Het gezin, moeder zijn, is voor haar altijd belangrijker geweest dan partner zijn. Ik heb me daar al jaren geleden bij neergelegd. Seksueel heeft het tussen ons nooit zo goed gewerkt, al goed dat we zo vruchtbaar bleken te zijn en we het bij wijze van spreken maar vier keer moesten doen om vier kinderen te hebben. Ik vind dat vandaag een gemis, dat ik vooral sterk ervaren heb toen ik ziek geworden ben en een paar maanden heb thuis gezeten.

Ik heb toen gevoeld hoe weinig wij eigenlijk delen, hoe sterk wij naast elkaar leven. Dat is ook de reden waarom ik twijfel aan het adoptieverhaal. We hebben al vier kinderen opgevoed, misschien is het nu toch tijd om als koppel wat dingen te gaan doen. Want daarin geloof ik wel, dat we meer naar elkaar kunnen toegroeien door een meer gezamenlijk leven. Ik wil het ook bewust wat rustiger aan doen, meer investeren in een sociaal leven, reizen… en met een klein kind dat bovendien ook heel veel zorgen met zich kan meebrengen, lukt dat opnieuw allemaal niet de komende jaren. Maar ik weet dat als Karla iets wil, ze er ook voor gaat. En wie ben ik dan om haar hierin tegen te houden. Als ze na de gesprekken hier effectief stappen wil zetten, zal ik mee in de procedure stappen.

Het jaagt haar wat schrik aan, weet ik, maar mij ook, al denk ik om een andere reden. Ik heb niet zoveel zin in een jonge sociale assistente die mijn privéleven komt uitspitten of ons komt uitleggen waar we het goed, fout of anders moeten doen. Stel dat we een negatief rapport krijgen, wat zal dat met ons doen, als koppel en hoe gaan we dan verder? Ik denk dat het belangrijk is dat we ook die kant van de zaak bekijken en voor onszelf dan zeker een soort van plan B hebben.”

“Een adoptiekind lijkt voor Karla een project, een vluchtroute weg van Fernand”

Relatiedeskundige Rika Ponnet: “Karla en Fernand zijn een rustig koppel dat vrij functioneel en rationeel over hun relatie praat. Ze verwijten elkaar niets, maken trouwens zelden ruzie, hebben altijd het moto gehanteerd ‘elk het zijne en we bemoeien ons niet met de zaken van de andere’. Dat heeft inderdaad voor een vorm van harmonie gezorgd, maar ook voor een afstand die vooral Fernand als een probleem ervaart. ‘Ik heb me tijdens mijn ziekte erg eenzaam gevoeld. Tussen ons is er geen echte gevoelsband en voor vrienden heb ik altijd weinig tijd gehad, ik voelde me behoorlijk geïsoleerd.’ Karla ziet het als een gevolg van keuzes die hij gemaakt heeft. ‘Hij is gegaan voor carrière, voor een leven waarin werken, medewerkers en klanten centraal stonden.’

Ik vertel hen dat als je voor een relatie kiest met een taakverdeling volgens het klassieke rolmodel, je elkaar ook wat vastzet in die rol. De ene mag dan alleen zorgverlener zijn, de andere alleen kostwinner. Dat herkent Fernand. ‘Ik heb er spijt van dat ik een afwezige papa en partner ben geweest. Ik wil dat graag veranderen.’ Karla begrijpt dat niet. ‘Na al die jaren kan hij toch niet verwachten dat we de rollen gaan omdraaien?’ Dat blijkt ook haar grootste angst voor de toekomst te zijn: het leven als koppel, zonder de dagelijkse invulling van kinderen. Het blijkt ook de motor voor het adoptieverlangen te zijn. ‘Ik wil mijn leven behouden zoals het is. Ik heb me altijd vrij gevoeld.’ Vooral de periode waarin Fernand ziek is geweest is daarin van grote betekenis geweest. ‘Plots was hij er elke dag. Ik vond het verstikkend.’

Omdat het de vraag van beiden is om in hun relatie meer verbondenheid te creëren, suggereert Fernand om vaker samen dingen te doen. Ik bevestig dat elk gevoel van samen zijn, tijd samen vergt en Karla gaat daarin schoorvoetend mee. Ze plannen wekelijks een culturele uitstap en Karla gaat nu vaker mee op de vaste avondwandeling die Fernand maakt. Beiden ervaren dat als aangenaam, maar ik merk dat bij Karla er ook een angst voor de toekomst blijft.

Ik kan soms echt panikeren als ik denk aan ons leven later. Ik heb het gevoel dat Fernand helemaal op mij zal terugvallen en ik zie dat niet zitten. Ik heb echt meer ademruimte nodig.’ Blijkt dat een deel van het verlangen naar adoptie ook daarmee samenhangt; dat een kind voor Karla een project is, een vluchtroute weg van Fernand. Als ze dit met zoveel woorden uitspreekt, zie ik dat dit hem raakt. ‘Ik vind dat pijnlijk, maar begrijp het ook. Ik wil dat zelf niet en had me al voorgenomen nieuwe activiteiten te zoeken, waarin het sociale wat centraler staat.’ De daaropvolgende weken maakt hij daar ook echt werk van en ondertussen komt het adoptieverhaal almaar minder ter sprake.

In de laatste sessie meldt Karla overgelukkig dat ze grootouders gaan worden en ze als oma actief mag mee zorgen voor haar kleinkind. Fernand voelt zich daarvoor nog te jong, maar is overduidelijk opgelucht dat ze op deze basis ook als koppel opnieuw verder kunnen.”

Uit: Libelle 25/2019 – Tekst: Rika Ponnet

bezootje

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error

Enjoy this blog? Please spread the word :)

Follow by Email
Pinterest
LinkedIn
Share
Instagram